gemaakt met Magix; 2018
Woordplaatsing CvTE-definitie: woorden voor- of achteraan een zin of regel krijgen nadruk. Voorbeeld in het Nederlands De kip beet de hond (het object de kip, normaal gesproken achter het subject en de persoonsvorm in een Nederlandse zin, staat nu opvallend vooraan: dat de hond de bijter is en niet de kip moge, zeker in context, duidelijk zijn) Voorbeeld in het Latijn serius egressus vestigia vidit in alto pulvere certa ferae totoque expalluit ore Pyramus; Ovidius, Metamorfoses 4, 105-107 (Normaal gesproken staan de zinsdelen in een Latijnse zin in een standaardvolgorde. Zo zal het subject veelal vooraan staan en de persoonsvorm achteraan. Natuurlijk kan een schrijver daarvan af wijken, maar in dat geval heeft hij daar meestal een bedoeling mee. Nadruk geven ligt het meest voor de hand. Wanneer in Ovidius' verhaal van Pyramus en Thisbe (Metamorfosen) laatstgenoemde al op de afgesproken plaats voor hun rendez-vous gearriveerd is en daar een traumatische ervaring heeft, komt de jongen, Pyramus, die nogal laat van huis gegaan is, aan op de plaats waarvandaan zijn vriendinnetje al weg gevlucht is voor een leeuwin. In de Latijnse tekst staat de eigennaam Pyramus opvallend helemaal achteraan. Hè hè, meneer is er ook hoor.) Natuurlijk is er veel meer te vertellen over het stijlmiddel woordplaatsing, dat z'n ruimte krijgt door de standaard volgorde in de Latijnse zin. Iuxtapositie, chiasme en parallellie zijn wel stijlmiddelen die te maken hebben met de plaats van woorden/tekstelementen ten opzichte van elkaar, maar ze worden niet gezien als voorbeelden van het stijlmiddel woordplaatsing.