gemaakt met Magix; 2018
Publius Ovidius Naso: zijn werk Uit de eerste periode van zijn loopbaan stammen Amores (erotische gedichten met de fictieve Corinna als tegenspeelster), Ars Amatoria/Ars Amandi (in de eerste twee delen adviezen aan jongemannen voor het boeken van succes in de liefde: hoe kom ik aan de minnares?; in het laatste deel, waarschijnlijk op verzoek van de dames zelf, tips en trucs om jongens te verleiden), Remedia Amoris (Hoe dump ik haar, of hem?), Heroidum Epistulae/Heroides (21 fictieve brieven van legendarische vrouwen aan hun afwezige minnaar/man, bijvoorbeeld van Penelope aan Odysseus, van Ariadne aan Theseus, van Dido aan Aeneas en een heel mooie van Medea aan Jason). Uit de tweede helft van zijn carrière komen de Fasti (onvolledige kalender van het Romeinse jaar met beschrijvingen van feesten, riten en legenden) en de Metamorfosen. In ballingschap schreef de dichter nog treurzangen, de Tristia, en de Epistulae ex Ponto, poëtische brieven vanuit Tomi (een stad in Pontus aan de Zwarte zee), die wellicht bedoeld waren als nieuw genre literatuur. Wanneer hij zijn - verloren gegane - tragedie Medea geschreven heeft, is niet duidelijk. Het bekendste werk van Ovidius blijft natuurlijk zijn grote en populaire werk de Metamorfosen. Het genre is het epos, maar niet het plechtstatige epos van Vergilius. Aan de ene kant keurig een lang verhalend geheel (15 boeken), met één thema (de gedaanteverandering), mét een prooemium, mét de dactylische hexameter als versmaat, mét goden die zich overal mee bemoeien en ook mét helden. Aan de andere kant is de toon speels, niet verheven, zijn de goden niet altijd serieus en zijn de helden nogal eens anti-helden. Humor is alom aanwezig, de dichter (de poeta doctus) etaleert op indrukwekkende wijze zijn grote kennis en hij mag daarnaast graag de psycholoog uithangen, zeker met de vrouwelijke psyche als object. Doel is uiteindelijk de hele wereldgeschiedenis te beschrijven, een carmen perpetuum. Ovidius is een rasverteller die de outlines van een verhaal in een paar regels neer zet en die de luisteraars geboeid houdt, niet alleen door zijn soms magisch aan doende verhalen, maar ook door zijn kennis, zijn spelen met verteltempo, zijn lichte verteltrant, zijn humor. Als Ovidius op zijn onnavolgbare manier ergens de oorsprong van kan aantonen (aitiologie), zal hij het niet laten: hoe komt er goudstof in een rivier? Waardoor waren moerbeien eerst wit, nu rood?