gemaakt met Magix; 2018
Narratologische middelen: toelichting Verteltechnische termen zijn geen stijlmiddelen. Met stijlmiddelen wil een auteur fraai verwoorden wat hij te zeggen heeft. Maar verteltechniek, bij een verteller in meerdere of mindere mate aanwezig, wordt ingezet om de luisteraar/lezer te manipuleren, te betrekken bij het verhaal, te activeren. Wisseling van verteltempo is een middel om de luisteraar te boeien. Wanneer de verteltijd (de tijd die de auteur nodig heeft om zijn verhaal te vertellen) kleiner is dan de vertelde tijd (de hoeveelheid tijd die gebeurtenissen in een verhaal daadwerkelijk beslaan) ligt het verteltempo hoog. Is de verteltijd groter dan de vertelde tijd, dan is het verteltempo laag. Bij directe rede/dialoog is de verteltijd min of meer gelijk aan de vertelde tijd. Versnelling of vertraging van verteltempo kunnen de luisteraar aangenaam bezig houden. Vertelperspectief is een middel om de luisteraar te laten mee leven. Bij auctoriaal vertelperspectief wordt het verhaal door een alwetende verteller verteld. De verteller kent de gedachten en gevoelens van zijn personages en kan de luisteraar manipuleren door bijvoorbeeld prospectieve elementen in te bouwen: hij licht een tip van de sluier op van het verdere verhaal. Hij tovert zelfs een milde lach op het gezicht van de luisteraar door dramatische ironie toe te passen. Het personage in het verhaal doet uitspraken en dingen waarvan het de - vaak dramatische - draagwijdte niet beseft, omdat het niet over de dubbele bodem van kennis beschikt waarover verteller en luisteraar wel beschikken. De verteller knipoogt als het ware naar de luisteraar. Je denkt als luisteraar: goh, hij moest eens weten. Door trucjes betrekt de verteller de lezer zeer bij de hoofdpersonages. Door dramatiseren, enargeia (gebeurtenissen met sprekende details visualiseren/zichtbaar maken) en auteurscommentaar (de persoonlijke mening van de auteur in een terzijde, direct bedoeld voor de luisteraar) wekt de verteller pathos op bij zijn luisteraars. Die voelen zelf ook trots, woede, medelijden, vaderlandsliefde, opluchting, walging etcetera bij bepaalde gebeurtenissen. Er is een beperkt aantal manieren om te vertellen. Eén daarvan is de raamvertelling. In een raamvertelling is een verhaal ingebed in een groter verhaal, dat verteld wordt door een hoofdverteller. Het afgetakte verhaal wordt verteld door een subverteller, waarna de hoofdverteller het oorspronkelijke verhaal weer voortzet. Qua compositie zie je vaak een ringcompositie in een verhaal. Een bepaald opvallend element komt aan het begin van het verhaal voor, verdwijnt dan en komt pas aan het eind van het verhaal weer te voorschijn; daarmee is de ring als het ware voltooid.