gemaakt met Magix; 2018
Retorica Al in de Griekse oudheid werd grote waarde gehecht aan retorica. Je goed en zuiver en overtuigend uit kunnen drukken was daar de opmaat naar een goede politieke of juridische carrière. Ook muntten de Grieken uit in het poneren van theorieën op retorisch terrein. Ze formuleerden bijvoorbeeld de taken van de redenaar, omschreven de specifieke eisen waaraan een redenaar moest voldoen, deelden de redevoering in in standaard onderdelen, onderscheidden verschillende typen redevoeringen en hadden duidelijk omschreven ideeën over de stijl van spreken. Aanvankelijk leunde de Romeinse retorica voor het grootste gedeelte op Griekse inzichten. Natuurlijk werd er welsprekendheid bedreven maar het hele theoretische systeem werd pas met de komst van Cicero kritisch onder de loep genomen. De 5 taken van de redenaar zijn (te onthouden aan IDEMA): 1 Inventio (vinden van materiaal) 2 Dispositio (ordening van het gevonden materiaal) 3 Elocutio (verwoorden van het gevonden en geordende materiaal) 4 Memoria (het uit het hoofd leren van de geordende tekst) 5 Actio (het voordragen van de redevoering) De 5 onderdelen van de redevoering zijn (te onthouden aan ENPAP): 1 Exordium (inleiding) 2 Narratio (uitleg toedracht) 3 Propositio (stellingname) 4 Argumentatio (bewijsvoering) 5 Peroratio (emotioneel slotwoord/conclusie) Auteurs: Marcus Porcius Cato Marcus Tullius Cicero Marcus Fabius Quintilianus